Werkdruk aan de VU

Persoonlijke verhalen over werkdruk:

Meindert Flikkema, UHD Management en Organisatie
Nabijheidsonderwijs
fORum ‘Werkdruk op de VU: komen we er vanaf?’ | 16 november 16.00 uur Agora 1

De verhouding tussen het aantal WP’ers en het aantal studenten is in Nederland volgens cijfers van het Rathenau Instituut ongeveer 1:10. 1:11? Ook goed. Hoezo werkdruk op universiteiten? Vindt u dat te simpel? Vast, maar laten we er toch even over nadenken! 1:10, wat een luxe. Mijn zoon zit in de brugklas, een sportklas met 27 springerige medeleerlingen. Dat is andere kost. Stel dat iedereen op de universiteit de verantwoordelijkheid zou nemen voor een groep van 10 studenten, 15 wellicht in het geval van UHDs en hoogleraren. Dat is een kleine klas, die bovendien zeer zelfredzaam is. Ik hou niet van verkleinwoorden, maar er is even geen ontsnappen aan. Zo’n klasje heeft veel potentieel. Iedereen heeft zich immers gekwalificeerd voor het WO. Het moet mogelijk zijn om dat potentieel ten volste te benutten en daar zelf veel van te leren, ook als je niet opgeleid bent tot leraar. Via ‘nabijheidsonderwijs’, daar heb ik het dan over.

Daarmee bedoel ik niet schools, maar ‘werkplaatserig’ onderwijs, natuurlijk met gepaste verhoudingen tussen studenten en docenten. Docenten die zich kenmerken door betrokkenheid én distantie, die hun studenten nabij zijn. Great teachers care, schreef ik eerder. Nabijheidsonderwijs waarin niemand flipt in the class room, omdat er gezamenlijk voortgang wordt geboekt. Waarin studenten onder wijzen zijn en onderwezen worden in complexe, veeleisende zoekprocessen. Waarin de verwevenheid van onderwijs en onderzoek maximaal is. Waar je door mag, als je meedoet, zichtbaar of voelbaar. Waar je vanaf dag één geholpen wordt om je te ontwikkelen tot academicus, mits je dat wil. Waar je na vier jaar afzwaait, omdat het leren er gepersonaliseerd is, persoonlijk is geworden. Waar studenten worden gekend in plaats van opgejaagd. Waar niemand wordt opgejaagd. Waar de jacht op publicaties is gestaakt. Waar waarachtigheid coöperatie geleid.

Volgens de rector is onderwijs op de VU onze core business. Elders staat onderwijs ook vaak voorop. Het klinkt bijna alsof we onderzoek erbij doen, alsof dat een perifere business is. Hoe geloofwaardig is dat? Of was Subramaniam’s uitspraak een zeldzame manifestatie van VU-branie kort na zijn aantreden? De rector een beetje kennende was het hem ernst. Mij ook. Ik denk dat een groot deel van de ervaren werkdruk op de VU en elders voortkomt uit het denken in verschillende kerntaken en de neoliberale, intimiderende, verlammende en ziekmakende schreeuw om prestaties. Geld genoeg, wel steeds wat minder, maar chronisch tijd te kort. Een kleine groep uitverkorenen stut het neoliberale project in academia, bewust en onbewust. Zij ontnemen een grote groep anderen vrijheid. Dat is mijn probleemstelling. Onderwijs, onderzoek, valorisatie, community services, bruto academische waarde, BKO, SKO, internationalisering, academisch leiderschap, zichtbaarheid, excellentie, branie, onderwijsportfolio, PUC, betere wereld, open access, next-level, het kan niet op, maar steeds meer collega’s raken wel op of achterop in een complexe zero-sum game, met daarin steeds meer verliezers. “Zoek en vervang” dan maar weer? Ik mag hopen van niet. Ik weet het: “hoop is geen strategie”, maar geloof, hoop en liefde wel. Het is zelfs meer dan dat: samenbindend, richtend, en verzorgend. Het is sociaal en existentieel. Het is humaan.

Terug naar het nabijheidsonderwijs, naar de betere wereld ook. Die begint bij onszelf, nog altijd, hier en morgen. Zijn wij bereid om uit de rij te stappen? Onszelf te bevrijden van eer- en hebzucht? Wij zijn toch de vrije Universiteit? We hadden ooit een unieke positie in het universitaire landschap. Onze oorspronkelijke identiteit fladdert gehavend om ons heen. Met mooie woorden en branie is die niet te herstellen. Die tellen niet. Vrij van kerk en staat was het, open, christelijk sociaal en verantwoordelijk. Zou het niet geweldig zijn om samen verantwoordelijkheid te nemen voor het inzetten van een nieuwe, sociaal existentiële koers? Daar past het voor mij vanzelfsprekende inclusiviteit ook in. Zou het niet de sterkst denkbare governance for society zijn? Wat gaat er verkeerd aflopen als we ons fulltime met de core business van onze rector gaan bezig houden? De zucht naar meer, nog meer en daarna nog meer pubs opgeven hoort daarbij! Is mijn oproep naïef of selectief? Ja, dat is die.

De claim dat er meer waardering voor onderwijs moet komen, kan ik niet meer serieus nemen. Het woord “iets” valt in het eerste interview met de nieuwe collegevoorzitter. “Iets meer waardering voor onderwijs”. Als je dat zegt, dan zeg je feitelijk niets. Voor je het weet, zijn we weer terug bij af, bij de nietszeggende oproep om naar balans tussen kerntaken te streven. Overweeg je balans als metafoor, zoek dan nog even door. Dat heb ik vaker gezegd en blijf ik zeggen. De betere wereld komt niet van het papier aflopen. Die ontstaat vooral in interactie met elkaar en met onze studenten. We laten ons in de luren leggen door de incidentele vinding met grote maatschappelijke impact. Niet branie, maar cohesie hebben we nodig. Zorg! Het next level van onze rector is wat mij betreft het afwerpen van het neoliberalisme en het zachtmoedig verwelkomen van sociaal existentialisme.

Vanaf deze plaats wil ik oproepen om als vrije Universiteit uit de rij te stappen en gestold wantrouwen jegens de academische gemeenschap te laten voor wat het is: onbetamelijk en verwerpelijk. Laten we moed tonen en ons opnieuw oprichten, als baken van humaniteit. Daar is een onversneden fluwelen revolutie voor nodig. De dienaren daarvan zijn er al. Er zijn steeds meer lichtpuntjes, die uiteindelijk ineens een krachtig licht zullen schijnen over de samenleving. Daar vertrouw ik op, daar wil ik voor staan.

Beacon of Humanity is het vervolg op het boek Sense of Serving en de VSNU-lezing Magister Sum. Het is een pamflet dat ik heb geschreven, geïnspireerd door mijn studenten en door een ernstig gevoel van verlatenheid, van kilte. Ik hoop dat het pamflet opnieuw een bron van inspiratie zal zijn voor velen, ook voor mijn decaan, die vorig werk alleen becommentarieerde als: “uitgegeven bij de verkeerde uitgever, je begrijpt het niet”.

Wie begrijpt het niet?

Ik verwelkom onwetendheid als brandstof van verwondering, hulpvaardigheid en voortgang. Een beetje druk werkt, is mijn indruk, het neoliberalisme verplettert. Er is een alternatief, dat is er altijd.

Het voortouw ligt klaar. Laten we het nemen, geduldig, zachtmoedig en vastberaden.

Dr. Petra Verdonk, UHD bij de afdeling Metamedica VUmc ,
FNV Bijeenkomst Week van de werkstress

Amsterdam, VU, 14 november 2017

Ik heb weer eens ja gezegd en ren tussen het college over gender en stress aan derdejaars geneeskundestudenten en de werkgroep over datzelfde onderwerp door om een praatje te houden over stress. Ik verzin het niet.

De studenten wisten het natuurlijk allemaal al, ze leven het zelf maar ze zwijgen er liever over, en u weet het natuurlijk ook allemaal al. Of u HRM-er bent of anderszins iemand met een goed hart voor de organisatie en de medewerkers, u wilt graag dat iedereen gezond en vitaal en blij en trots aan het werk kan. Als arbeid- en gezondheidspsycholoog deel ik dat verlangen. En ook zou ik het mooi vinden als de theorie klopt. Niets zo praktisch als een goede theorie, en het is nuttig om te weten aan welke knoppen we moeten draaien, zo heet dat, die knoppen die mensen in de organisatie gelukkig maken en vitaal. Het populaire taalgebruik wil dat mensen zelf verantwoordelijkheid nemen voor hun leven, gezondheid, en dus hun werk, en daarom zoeken we naar de knop waaraan we zo kunnen draaien dat mensen zelf verantwoordelijkheid gaan nemen voor hun leven en hun werk, hun gezondheid, hun vitaliteit.

De knop waar in de jaren 90 aan gedraaid werd was die van het vastgoed. Dat ging ons gelukkig maken – universiteiten kregen het vastgoed overgedragen van de rijksoverheid en gingen dat zelf beheren. Er zou nooit meer een crisis komen en Nederland was af, en de universiteiten gingen veel geld verdienen door gunstige hypotheken en leningen en slimme verhuur en al dat geld ging ten goede komen aan onderzoek en onderwijs en dus, aan de samenleving, in een universiteit vol met gelukkige medewerkers en studenten.

Ook moesten onderzoekers met elkaar concurreren, dat ging bijdragen aan kwaliteit, innovatieve kracht, en grote talenten kwamen vanzelf bovendrijven. Zo deed eind jaren 90 het woord excellentie zijn entree in de Nederlandse universiteiten en wie is er tegen excellentie? Innovatief, excellent en gelukkig, en iedereen vulde jaarlijks medewerkerstevredenheidsonderzoeken in.

Ik studeerde af in 2001, ik kreeg mijn bul op een prachtige dag in juni, mijn trotse dochters van 10 en 13 in hun nieuwe kleren, en we hadden een leuk feestje. In 1996, op mijn 31e, was ik als spijtoptant teruggegaan naar de universiteit, ik heb die loopbaan gehad die heden ten dage met veel inspanning moet worden voorkomen, want studie-uitval en vertraging heten een kostenpost. Deze tweede keer studeerde ik met dezelfde vervreemding en afstand en het gevoel er niet bij te horen, maar wel met duivels plezier. Cursussen personeels-, arbeids- en organisatiepsychologie, ik ploegde door dikke boeken waarin thema’s als leiderschap en commitment, boundaryless careers, leren in organisaties, modellen van organisatieverandering en investeren in werving, selectie, en behoud van werknemers, over organisatiecultuur, en over stress en stressbronnen en theoretische werkstress modellen. Ik volgde colleges over verzuim dat minder met ziekte en meer met keuzeprocessen te maken bleek te hebben. Ik veranderde mijn buitenstaandersrol in een asset, want in boeken en colleges vond ik mij en mijn leven niet terug en zo schreef ik papers over vrouwen en werk, over vrouwen en werk en zorgtaken, over vrouwen en werk en stress, over die vrouwen zoals ik die aan hun vingertoppen aan de arbeidsmarkt hingen, in tijdelijke banen of in fuikfuncties, onderschatte vrouwen, overbelaste vrouwen, vrouwen met ervaringen die ik langzaam maar zeker steeds openlijker en duidelijker ging definiëren als discriminatie op de arbeidsmarkt en ongelijkheid in de samenleving, vrouwen met ervaringen die sinds enkele weken hashtag-me-too heten. Over vrouwen die alleen konden functioneren zoals mannen als ze de aan hen toegewezen taken konden overdragen aan andere onderschatte en overbelaste vrouwen, vrouwen op kinderdagverblijven, vrouwen op de basisschool, laagopgeleide vrouwen met veel problemen die bereid waren hun huis te komen schoonmaken, vrouwen die bereid waren op mijn kinderen te passen als ik college had, mijn vriendinnen, mijn schoonmoeder, díe vrouwen. Vermoeide vrouwen.

Van de overdracht van vastgoed naar de universiteiten wist ik niks, en ik had geen flauwe notie van excellentie. Ik wilde graag een baan waar ik niet onderschat maar ook niet overbelast zou worden, waar ik kon laten zien wat ik kon, kon bieden wat ik te bieden had, gewaardeerd om mijn talenten, en waar ik verder kon leren. Ik wilde een baan waardoor mijn dochters konden denken dat studeren ook iets voor hen zou kunnen zijn. In 2002 begon ik als junior onderzoeker in het Radboud op een project over gender en gezondheid, in een tijdelijke deeltijdbaan met een verlenging na een jaar en een na drie jaar en opgeplust van 0,5 fte naar 0,8 fte en terug naar 0,5 fte en met dan 0,3 fte voor onderwijs u kent dat wel. Ik was nog steeds overbelast maar in ieder geval voelde ik mij niet meer onderschat.

Met een vaste baan als UD in het verschiet toog ik in 2007 naar Maastricht, waar ik verder leerde en onderzoek deed naar vermoeidheid bij vrouwen, re-integratie van jonge hoogopgeleide vrouwen, burnout, stress bij geneeskundestudenten, naar mannen en bedrijfsfitness en ik kan u verzekeren, de moeite waard om over na te denken. Achter mijn rug om namen de studentenaantallen toe, werden de koffie en de broodjes in de kantine luxer en duurder, moesten we zaaltjes officieel gaan boeken in plaats van reserveren, wist ik nog steeds niks van vastgoed en excellentie, en werd de 40 uur thesisbegeleiding langzaam 25 uur en verdween ook de tweede begeleider die daar 10 uur voor kreeg. De student levert nu op de vastgestelde deadline via het computersysteem de thesis in, een zijpad exploreren is niet meer mogelijk en elke ontsporing in het leven van student en docent en onderzoeker een onoverkomelijk obstakel. En ik kan u verzekeren, bij studenten, onderzoekers, docenten gaat het leven gewoon door, grootouders overlijden, vaders of moeders worden ernstig ziek, er zijn mantelzorgtaken en IVF-behandelingen of andere gezondheidsproblemen van zelf of geliefden, en soms wordt er iemand zo somber of angstig dat het depressie of angststoornis heet, het gebeurt allemaal met ons, studenten en docenten en onderzoekers, wij leven door. Tussentijdse evaluaties, go-no go momenten, en handtekeningen van diverse coördinatoren dienen kwaliteit, en excellentie, maar vooral het vastgoed, want het beloofde land kwam niet en de financiële crisis wel, en de daaropvolgende bezuinigingen en de toegenomen studentenaantallen met dezelfde aantallen docenten eisen van ons dat we de studenten op tijd afleveren anders komt er geen geld binnen. De universitaire hypotheek moet worden afbetaald.

Studenten in het hoger onderwijs voelen zich massaal overbelast zeggen de cijfers, en ook docenten en onderzoekers en vaker vrouwen, en hier en daar sluit een hoogleraar een staking niet uit, lees ik in Ad Valvas. Mijn cursus over gender en diversiteit in de geneeskunde is nu in haar derde week en studenten vinden die literatuur en opdrachten wel erg veel. Ze moeten naast hun studie veel werken want het huidige leenstelsel heet sociaal, en ze zijn moe en nerveus. Maar liefst twee studenten waren op vakantie vorige week, de Onderwijs- en ExamenRegeling staat toe dat studenten op surfvakantie mogen met hun studievereniging, in november, mits ze een vervangende opdracht maken, een opdracht die ik moet maken en ook moet nakijken. Ik verzin het niet, als er stoom uit mijn oren komt denk er aan dat ik in mijn studie heb geleerd dat werkstress een kwestie is van perceptie. We hebben een onderwijsmarkt gecreëerd, de studenten winkelen wat, en hun hotelevaluaties achteraf vertellen een getal rondom de weetniet-score op een schaal van 1 tot 5. Ze vragen zich af hoe de volgende collegegever het voor hen wel leuk gaat maken om naar te luisteren. Gelukkig mag ik van mijn persoonlijke budget een cursus mindfulness volgen en daar kan ik leren voelen wat sommige gedachten met mij doen, wat gedachten die ik niet goed weggeademd krijg met mij doen, om ze vervolgens netjes weer los te laten en door te gaan.

Ik pleit al langer voor een gesprek op onze universiteit over wat vastgoed en excellentie en kwaliteitsdenken en rendementsdenken doen met ons en met de verhoudingen op de universiteit. De studenten begrijpen alvast heel goed dat van hen wordt gevraagd dat ze zich als consument opstellen en geef ze eens ongelijk, als je ontwikkeling als mens en als dokter is verworden tot een aaneenschakeling van toetsmomenten, van evaluatieve go – no go momenten en van deadlines, zonder dat je ook maar één docent echt leert kennen, en trouwens, zonder dat je elkaar echt leert kennen, want ook kleinschalig onderwijs kan nog heus onpersoonlijk zijn, waardoor je ook jezelf helemaal niet kunt leren kennen. We hebben met elkaar een systeem gemaakt waarin eigen verantwoordelijkheid nemen betekent dat we voor onszelf moeten zorgen, maar hoe komen we nou met elkaar in verbinding zonder elkaar en onszelf te kennen? Checklists en werkstressmodellen bieden geen oplossing voor de verhoudingen waarin mijn collega’s en ik, met elkaar en met onze studenten, zijn beland. Dus vraagt u mij alstublieft niet aan welke knoppen we moeten draaien. Ik ga zo terug naar mijn studenten, we gaan praten over stress bij geneeskundestudenten en over de gevolgen van zwijgen. Ze zijn nerveus over hun coschappen, en daarna, en ze horen steeds dat dat eigenlijk niet okee is, ze voelen zich tekort schieten, ze denken dat ze het niet kunnen, en dat hun stress een teken is van niet gekwalificeerd zijn. Ik heb mijn medewerkerstevredenheidsonderzoek afgelopen week ingevuld en in mijn antwoorden vindt u terug dat ik trots ben op VUmc, op mijn studenten, en op dat wij, u en ik, en mijn studenten en collega’s, het hierover hebben. U vindt er ook mijn smeekbede. Help ons, want autonomie zonder verbinding maakt ongelukkig, en werkdruk moet toch echt betekenisvol zijn. Maar ik moet in mijn werk steeds meer dingen doen waarvan ik niet zo goed begrijp op welke vraag ze een antwoord zijn. Welicht, heel misschien, is dat een knop om aan te gaan draaien. Fijn dat ik mijn ervaringen met u mocht delen.